Om duidelijk te krijgen wat precies de oorzaak is van de klacht of het probleem kan het van belang zijn om eerst onderzoek (diagnostiek) te laten plaatsvinden. Praktijk voor Kind en Gezin verricht verschillende soorten onderzoek.
Intelligentie en leercapaciteiten
Het kan voorkomen dat uw kind problemen ervaart in het schoolse leren, dat het niet goed kan meekomen met de klasgenoten of dat het specifieke problemen ervaart bij bepaalde schoolvakken. Intelligentieonderzoek wordt vaak afgenomen om inzicht te krijgen in de capaciteiten die het kind of de jongere heeft. De sterke en zwakke kanten van het cognitieve functioneren kunnen hiermee in beeld gebracht worden. Tevens kan door middel van dit onderzoek de aandacht, concentratie, het werktempo, eventuele faalangst en de manier van werken geobserveerd worden.
Persoonlijkheid (gedrags- en sociaal-emotionele ontwikkeling)
Wanneer uw kind gedrags- en of sociaal-emotionele problemen heeft kan het zijn dat het op andere gebieden niet goed kan functioneren. Deze problemen kunnen ook het gevolg zijn van ontwikkelingsproblemen. Met name in de opvoedingssituatie brengen gedragsproblemen zorgen en frustraties met zich mee. Een persoonlijkheidsonderzoek is een uitgebreid onderzoek dat zich richt op de achtergrond, ontwikkeling, persoonlijkheid en het sociaal-emotioneel functioneren van het kind. Door middel van een persoonlijkheidsonderzoek wordt inzicht verkregen in de problematiek van het kind en de factoren die de problematiek hebben doen ontstaan en instandhouden, gekoppeld aan een advies over de daarbij passende hulpverlening.
Onderzoek naar leerproblemen (NLD, dyslexie en dyscalculie)
Wanneer uw kind op school moeite heeft met het schoolse leren kan dit naast beperkte cognitieve vermogens ook het gevolg zijn van specifieke leerproblemen. Te denken valt aan een non-verbale leerstoornis, dyslexie of dyscalculie.
Non-Verbale Leerstoornis (NLD)
NLD, non-verbale leerstoornis is een term die de laatste tijd steeds vaker genoemd wordt bij leerproblemen. Het gaat hierbij om een stoornis die zich kenmerkt door leer- en gedragsproblemen. Verbaal zijn deze kinderen sterk, ze ontdekken de wereld door vragen te stellen in plaats van op onderzoek uit te gaan. De ontwikkeling van deze kinderen verloopt vaak grillig en sprongsgewijs. Er doen zich problemen voor op het gebied van sociaal inlevingsvermogen, rekenen en planmatig werken, inhoudelijk en samenhangend spreken, visueel ruimtelijk inzicht, de motoriek en het handschrift.
Dyslexie
Als er bij uw kind sprake is van een relatief grote achterstand op het gebied van lezen en / of spellen kan er sprake zijn van dyslexie. Binnen het dyslexieonderzoek wordt er gekeken naar de achterstand op lees- en spellingsgebied, gebrek aan nauwkeurigheid, werktempo, automatiseringsproblemen, de hardnekkigheid van het probleem en er dient uitgesloten te worden of de problemen samenhangen met de intelligentie van een kind of jongere. Om bovenstaande criteria te toetsen worden het eerder beschreven intelligentieonderzoek en een didactisch onderzoek naar lezen en spellen afgenomen. Tevens wordt gekeken naar de automatisering van het rekenen.
Dyscalculie
Wanneer uw kind opvallende moeilijkheden heeft met rekenen / wiskunde ondanks een normale intelligentie kan er sprake zijn van dyscalculie. Dyscalculie ontstaat als gevolg van stoornissen in de cognitieve ontwikkeling van het kind / de jongere; het verwerken, organiseren, bewaren en het weer ophalen van informatie in de hersenen. Er is sprake van een achterstand in rekenen in vergelijking met leeftijdsgenoten en er zijn geen andere stoornissen aanwezig. Binnen het dyscalculieonderzoek wordt er gekeken naar de kennis van getalsymbolen, korte termijn geheugen, basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermeningvuldigen en delen, strategie in werken en of het kind behoefte heeft aan extra instructie. Om bovenstaande criteria te toetsen worden het eerder beschreven intelligentieonderzoek en een didactisch onderzoek naar rekenen afgenomen.
Interactie-observatie
Een interactieobservatie is bedoeld om een beeld krijgen van de kwaliteit van de wijze waarop de ouder(s) en het kind met elkaar omgaan. Het is een onderzoeksmethode die gebruikt wordt om vragen met betrekking tot de affectieve en pedagogische vaardigheden van ouders en de relatie van het kind met de ouder te beantwoorden. Tijdens deze observaties worden ouder(s) en kind(eren) samen in de spelkamer (soms de huiskamer thuis) gevraagd te spelen met elkaar en met elkaar te praten. Soms worden er beeldopnamen gemaakt met als doel de ouder(s) bij het bekijken van de beelden duidelijk te kunnen maken waar de interactie niet soepel verloopt of waar het kind de interactie positief of negatief bepaalt.
Studie/beroepskeuze-onderzoek
Een studie/beroepskeuze-onderzoek kan op verschillende momenten in de onderwijsloopbaan worden gedaan; bij de overgang naar het voortgezet onderwijs, bij het kiezen van een vakkenpakket of profiel, bij doorstroming naar het beroeps- of universitair onderwijs of bij het kiezen van werk. De inhoud van het studie/beroepskeuze-onderzoek is mede afhankelijk van de vraagstelling. Gewoonlijk wordt begonnen met een gesprek om de vraagstelling duidelijk te krijgen, waarbij gesproken wordt over de opleidings- en eventuele werkervaring, keuzes die tot nu toe gemaakt zijn enzovoorts. Aan de hand van het gesprek wordt bepaald welke tests relevant zijn voor het onderzoek. Het studie/beroepskeuze-onderzoek bestaat uit het eerder beschreven intelligentieonderzoek en interessetests waarmee de belangstelling en interesses op het gebied van beroepen in beeld gebracht wordt. Verder worden er persoonlijkheidsvragenlijsten afgenomen waarmee gekeken wordt welke opleidingen en/of beroepen het beste passen bij het persoonlijkheidsprofiel. |